» INTRODUCTIE

Wat is dit?

Waarom een website?

Websites zijn er in alle soorten en maten:
Commerciële, Overheid, Culturele, Politieke, Websites van groeperingen met minder fraaie bedoelingen, privépersonen, jeugd die zich wil manifesteren via een website, enz. enz. !!!

Je noemt het en ze zijn er. Waarom dan ook nog een website van 5-5 R.I. en die als iets aparts beschouwen? Ik zou haast durven zeggen: omdat de lotsverbondenheid van Veteranen, maar in het bijzonder van Indië veteranen, een heel uitzonderlijke is.
Hiervoor zijn een aantal redenen op te noemen, zoals:

• Na Nieuw Guinea zijn er geen troepen meer in zulke grote aantallen uitgezonden overzee. Die uitzending naar Indië duurde gemiddeld 2,5 tot 3 jaar zonder verlof naar Nederland en met slechts veldpostbrieven als enig communicatiemiddel met thuis.

• De waardering voor de teruggekeerde mannen was in Nederland onder het nulpunt en men liet dat vaak voelen ook.

• Op enkele uitzonderingen na stortten de media zich als hyena’s op de “kolonialen” en betichtten ze er van zich op grote schaal te buiten te zijn gegaan aan misdaden.

• Regering en Parlement lieten de door hun uitgezonden militairen volkomen in de kou staan, nadat ze voor een paar tientjes per maand jaren lang lijf en leden riskeerden.

• De voeding op de buitenposten was vaak slecht zodat men dit dan zelf moest aanvullen dan wel kopen, en dat voor die paar tientjes soldij.

• Op buitenposten liet de ligging vaak veel te wensen over en dat over langere perioden.

• Ontspanning was mondjesmaat buiten de steden, misschien een volleybal met net en de postbezorging was vaak slecht en traag, in het bijzonder voor pakjes met daardoor bedorven waren.

• Privacy op de kleinere posten was vaak ver te zoeken en dat was voor langere perioden op z’n minst benauwend.

• Al met al werd er een enorme wissel getrokken op het psychisch uithoudingsvermogen; voor een aantal van de mensen was die belasting te zwaar

Bovenstaande punten mogen dan inherent zijn aan militaire dienst in guerrillaomstandigheden, maar gingen vaak de individuele draagkracht door de onafgebroken, jarenlange dienst daar ter plaatse, ver te boven. Het moge een wonder heten dat er relatief zo weinig excessen plaats vonden.
In plaats van wagonladingen kritiek (oorlog en in het bijzonder een guerrillaoorlog is door de aard der zaak al vuil) zouden a-politieke wetenschappers van verschillende disciplines eens een gedegen wetenschappelijke studie moeten maken over omstandigheden, tijdsduur, klimaat, en de zaak waarvoor gevochten werd.
Daarbij liefst enige militaire achtergrond bij tenminste één van de werkgroep, waarna in het licht van de tijd gezien misschien integere personen een documentaire zouden kunnen maken zonder manipulaties om de opinie in een bepaalde richting te buigen.

Ik vraag mij af hoe we die jaren levend hadden moeten doorkomen (en dat is de allereerste prioriteit van een militair) indien we daar ook hadden moeten rondwandelen met een “Rules of engagement kaart“ op zak, uitgedokterd door bureaustrategen en politici, die wel uitkeken zichzelf in oorlogsgebied te begeven.
Derhalve hebben dit soort instructies, zo ver van de werkelijkheid af, totaal geen betekenis.
Het gevolg van één en ander was dat velen zich niet meer thuis voelden in de benepen Hollandse mentaliteit en weinig begrip vonden voor de psychische problemen, inherent aan heftige oorlogservaringen, eventuele lichamelijke beschadigingen dan wel relatieproblemen. Daarbij hadden zij vaak ook nog moeite met het vinden van een baan!
Geen begripvol en luisterend oor vindend voor de teruggekeerden voor al deze moeilijkheden, voelden de Veteranen een grote behoefte om met gelijkgestemden de band in stand te houden omdat tussen hen een wederzijds begrip bestond. Er is geen wiskundig bewijs voor de stelling dat dit contact een therapeutisch effect heeft, maar in alle relevante literatuur worden deze samenkomsten van dienstmaten beschouwd als één van de wegen om naweeën op zijn minst te verzachten. Hieruit groeiden, haast autonoom, structuren van Veteranengroepen per dienst¬onderdeel. Zij houden regelmatig reünies en via periodieken onderhouden ze vaak de communicatie en verstrekken relevante informatie.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat in deze moderne tijd ook moderne middelen worden gebruikt, zoals internet en websites. Vele Indië-veteranen, nagenoeg allen 80 jaar of ouder, zijn niet zo heel bedreven in deze technieken. Gelukkig lopen er enkelen rond die dat wel zijn.
Ook (klein)kinderen willen graag helpen met het opzetten c.q. onderhouden van de website.
In het geval van 5-5 R.I. heeft Sonja, de dochter van Berend Boeve van de voormalige Ondersteunings Compagnie, haar schouders eronder gezet en kunt u deze website bezoeken.
Wij stellen ons voor dat enkele blijvende zaken op de website komen, bv. nuttige adressen, maar ook artikelen die door de redactie van ons blad “De Mortier van 5” interessant en relevant worden geacht. En nu maar hopen, dat jullie regelmatig de site bezoeken.
Namens het Stichtingsbestuur Veteranen 5-5 R.I.

H.A. Bijker, oud voorzitter.




[ terug... ]Omhoog



Maak vrienden

Laatste Nieuws

  • Meld u aan als u zich wilt abonneren op de Nieuwsbrief. e-mail: gerri@famprinsen.eu 0546 - 576199 / 06 - 53551417

V Fonds

  • Onze reünie wordt mede mogelijk gemaakt door het vfonds.


Copyright 2002-2020